Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 juni 2024;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , opgemaakt op 30 december 2021, genummerd PL1500-2021376586-2, zoals vermeld op pagina 31 tot en met 32;
- een geschrift, te weten een beslissing in de wettelijke vorm opgemaakt door de rechtbank Den Haag op 5 oktober 2021, zoals vermeld op pagina 34 tot en met 40;
- een geschrift, te weten een toestemmingsformulier voor reizen naar het buitenland met een kind ondertekend door [aangever] , zoals vermeld op pagina 41;
- een geschrift, te weten een mutatierapport van 14 december 2023 betreffende de hereniging van [de minderjarige] met zijn vader op 13 december 2023, zoals vermeld op pagina 118 tot en met 122.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
putatiefpsychische overmacht is sprake indien de verdachte redelijkerwijs had mogen menen dat zij moest handelen op de wijze waarop zij heeft gehandeld. Ook daar is geen sprake van. De verdachte had geen aanleiding om te veronderstellen dat het Nederlandse zorgstelsel niet in staat was om haar zoon van adequate zorg te voorzien. De Nederlandse rechter heeft namelijk, in het kader van de genoemde uitspraak van 5 oktober 2021, kennis genomen van een advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Dat advies bevat een verklaring van een arts dat de medische behandeling die nodig is, ook in Nederland kan worden geboden. De verdachte wist dus – al twee maanden voordat zij met [de minderjarige] naar Portugal ging – dat de toestand van de medische zorg in Nederland ook volgens de rechter geen geldige reden was om [de minderjarige] in Portugal te houden.
6.De strafoplegging
24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijkpassend.
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De toepasselijke wetsartikelen
9. De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (VIERENTWINTIG) MAANDEN;
12 maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
drie jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;