ECLI:NL:RBDHA:2024:10324
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvragen door verlenging beslistermijn
Eisers hebben afzonderlijke asielaanvragen ingediend en beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zij stelden dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden op grond van WBV 2023/3 niet geldig was en dat zij de ingebrekestelling niet prematuur hadden ingediend.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting hebben verzocht. De rechtbank overweegt dat een beroep tegen niet tijdig beslissen pas ontvankelijk is indien de betrokkene eerst schriftelijk een ingebrekestelling heeft gedaan en daarna twee weken heeft gewacht zonder besluit.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden op grond van WBV 2023/3 rechtsgeldig is vanwege een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Omdat eisers hun aanvragen op 5 augustus 2023 hebben ingediend, valt hun zaak onder deze verlenging en is de ingebrekestelling van 17 februari 2024 te vroeg. Hierdoor zijn de beroepen niet ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.C. Kampschuur en is op 26 juni 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig beslissen op asielaanvragen zijn niet-ontvankelijk verklaard vanwege een geldige verlenging van de beslistermijn.