ECLI:NL:RBDHA:2024:10324

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juni 2024
Publicatiedatum
4 juli 2024
Zaaknummer
NL24.16219, NL24.16221, NL24.16228 en NL24.16232
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:57 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvragen door verlenging beslistermijn

Eisers hebben afzonderlijke asielaanvragen ingediend en beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zij stelden dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden op grond van WBV 2023/3 niet geldig was en dat zij de ingebrekestelling niet prematuur hadden ingediend.

De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting hebben verzocht. De rechtbank overweegt dat een beroep tegen niet tijdig beslissen pas ontvankelijk is indien de betrokkene eerst schriftelijk een ingebrekestelling heeft gedaan en daarna twee weken heeft gewacht zonder besluit.

De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden op grond van WBV 2023/3 rechtsgeldig is vanwege een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Omdat eisers hun aanvragen op 5 augustus 2023 hebben ingediend, valt hun zaak onder deze verlenging en is de ingebrekestelling van 17 februari 2024 te vroeg. Hierdoor zijn de beroepen niet ontvankelijk verklaard.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.C. Kampschuur en is op 26 juni 2024 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig beslissen op asielaanvragen zijn niet-ontvankelijk verklaard vanwege een geldige verlenging van de beslistermijn.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.16219, NL24.16221, NL24.16228 en NL24.16232
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser 1],
V-nummer: [V-nummer 1]
[eiser 2],
V-nummer: [V-nummer 2]
[eiser 3], V-nummer: [V-nummer 3]
[eiser 4],
V-nummer: [V-nummer 4]
samen te noemen: eisers (gemachtigde: mr. F.W. Verweij),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op hun afzonderlijke aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: de aanvragen).

Overwegingen

1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.¹
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.²
1. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
3. Sinds 27 januari 2023 is het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.³ Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. Eisers betwisten dat zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eisers vinden daarom dat verweerder met de WBV 2023/3 de beslistermijn niet geldig heeft verlengd en dat zij verweerder niet prematuur in gebreke hebben gesteld. Eisers verzoeken de rechtbank om de beroepen gegrond te verklaren, verweerder op te dragen alsnog een besluit te nemen en hier een rechterlijke dwangsom aan te verbinden.
4. De rechtbank volgt dit standpunt niet. De rechtbank verwijst voor de motivering naar de uitspraak van deze zittingsplaats van 16 februari 2024.⁴ Hierin heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2023/3 sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Eisers hebben op 5 augustus 2023 hun asielaanvragen ingediend. De asielaanvragen van eisers vallen dus onder het toepassingsbereik van de WBV 2023/3. Dit betekent dat de beslistermijn in hun zaken met negen maanden is verlengd en verweerder uiterlijk op 5 november 2024 op de aanvragen moet beslissen. De ingebrekestelling van 17 februari 2024 is hierdoor te vroeg ingediend. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5. De beroepen zijn niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Kampschuur, griffier.
3 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 juni 2024

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.