ECLI:NL:RBDHA:2023:995
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid identiteit en nationaliteit na overschrijding beslistermijn
Eiser, geboren in 1998 en stellende de Guinese nationaliteit te hebben, diende op 6 april 2021 een asielaanvraag in. Verweerder besloot niet tijdig, waarna eiser op 27 juni 2022 beroep instelde tegen het uitblijven van een besluit. Op 17 oktober 2022 werd alsnog een besluit genomen, waarin de asielaanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege ongeloofwaardigheid van de identiteit, nationaliteit en herkomst.
De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn was overschreden en verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat het besluit inmiddels genomen was. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser wegens de termijnoverschrijding.
Ten aanzien van het bestreden besluit oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht had geoordeeld dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk had gemaakt. Eiser had wisselende en vage verklaringen gegeven, onder meer over zijn geboorteplaats en nationaliteit, en overgelegde documenten waren niet betrouwbaar. Het beroep tegen het besluit werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 17 oktober 2022 is ongegrond verklaard; verweerder is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.