ECLI:NL:RBDHA:2023:9942
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, van Russische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in die niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank behandelde het beroep tegen dit besluit en onderzocht of Nederland terecht kon vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië.
De rechtbank overwoog dat ondanks eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak die pushbacks in Kroatië als fundamentele systeemfouten kwalificeerden, de staatssecretaris nader onderzoek had gedaan. Kroatische autoriteiten hadden garanties gegeven dat Dublinclaimanten recht op asielprocedure en opvang hebben en niet worden uitgezet voordat hun aanvraag is behandeld. De staatssecretaris had deze informatie betrokken bij zijn besluit en verwees naar de Europese Commissie die Kroatië als passend beoordeelde.
Eiser stelde dat het onderzoek onvoldoende was en verwees naar risico's op schendingen van het EVRM en indirect-refoulement. De rechtbank vond echter dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel kon worden toegepast en dat de garanties van Kroatië geloofwaardig waren. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening werd afgewezen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van het verzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het besluit van de staatssecretaris en wees vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en griffier P.C.J. Lindeijer.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.