ECLI:NL:RBDHA:2023:9891
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak wegens niet-ontvankelijkheid bodemberoep
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om de behandeling van zijn asielberoep in Nederland af te wachten nadat de staatssecretaris zijn asielaanvraag niet in behandeling had genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Italië volgens het Dublin-verdrag.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting en vroeg nadien om nadere informatie over uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die relevant waren voor het bestreden besluit. De staatssecretaris trok het bestreden besluit in en bood aan de proceskosten van verzoeker te vergoeden.
Verzoekers gemachtigde reageerde niet op verzoeken om het beroep te handhaven. De rechtbank verklaarde het bodemberoep niet-ontvankelijk en zag daarom geen noodzaak meer voor een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en veroordeelde de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, tot een bedrag van € 837,-.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.Y.B. Jansen en is onherroepelijk omdat hoger beroep of verzet niet mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 837,-.