ECLI:NL:RBDHA:2023:9789

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 mei 2023
Publicatiedatum
6 juli 2023
Zaaknummer
NL23.14767
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vreemdelingenwet 2000Art. 96 lid 3 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling

Eiser, een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 12 maart 2023 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was opgelegd. Hij voerde aan dat er geen redelijk vooruitzicht was op uitzetting, omdat de Marokkaanse autoriteiten niet hadden gereageerd op de aanvraag voor een laissez passer en dat de nationaliteitsverklaring niet was toegevoegd.

De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring reeds eerder was getoetst en rechtmatig werd bevonden tot het sluiten van het eerdere onderzoek. De rechtbank stelde vast dat de Marokkaanse autoriteiten in beginsel meewerken aan het verstrekken van laissez passers en dat het uitblijven van reactie sinds 20 maart 2023 niet betekent dat een laissez passer niet zal worden verstrekt. Tevens werd vastgesteld dat de nationaliteitsverklaring geen toegevoegde waarde heeft en dat de Staatssecretaris nog op 23 mei 2023 een vertrekgesprek met eiser had gevoerd.

Gelet op deze feiten en de ambtshalve toetsing concludeerde de rechtbank dat de maatregel van bewaring rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.14767
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.J. van der Vlis), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).

Procesverloop

Verweerder heeft op 12 maart 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 1997.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 27 maart 2023 (in de zaak NL23.7742) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten
grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser stelt dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is en dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. Hij voert daartoe aan dat de Marokkaanse autoriteiten tot op heden geen terugkoppeling hebben gegeven op de aanvraag van verweerder tot verstrekking van een laissez passer (lp) ten behoeve van eiser. Ook is er geen bevestiging dat de nationaliteitsverklaring van eiser daadwerkelijk aan de lp-aanvraag is toegevoegd. Voorts voert hij aan dat verweerder voor het laatst op 20 april 2023 een vertrekgesprek met hem heeft gevoerd.
5. De rechtbank overweegt het volgende. In beginsel werken de Marokkaanse autoriteiten mee aan de verstrekking van lp’s. De enkele omstandigheid dat de Marokkaanse autoriteiten sinds de lp-aanvraag van 20 maart 2023 niet hebben gereageerd, leidt op zich niet tot het oordeel dat ten behoeve van eiser niet alsnog een lp zal worden verstrekt. Verweerder heeft voorts afdoende toegelicht dat de nationaliteitsverklaring in dit verband geen toegevoegde waarde heeft. De rechtbank stelt verder vast dat verweerder nog op
23 mei 2023 een vertrekgesprek met eiser heeft gevoerd.
6. Gelet hierop en tevens met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe de rechtbank gehouden is, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
N.J.R. Kalaykhan, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
25 mei 2023

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.