Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van artikel 8 EVRM Pro. De aanvraag werd op 25 januari 2022 ontvangen, waarna verweerder de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 25 juli 2022 een besluit genomen had moeten zijn. Dit is niet gebeurd, waarna eisers verweerder op 24 november 2022 rechtsgeldig in gebreke stelden en op 13 april 2023 beroep instelden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is. Er is geen besluit genomen binnen de wettelijke termijn, hetgeen gelijkstaat aan een besluit. De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe en bepaalt dat verweerder binnen vier weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €418,50, omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank acht de termijn van vier weken redelijk, mede gelet op het herstel van verzuim door eisers en de mogelijkheid om ontbrekende informatie aan te leveren tot 29 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.