ECLI:NL:RBDHA:2023:9708

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juli 2023
Publicatiedatum
5 juli 2023
Zaaknummer
NL22.21415
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiseres diende op 5 april 2022 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel in. Zij stelde de staatssecretaris op 6 oktober 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en stelde op 23 oktober 2022 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De staatssecretaris besloot op 10 maart 2023 alsnog de aanvraag in te willigen. Eiseres wilde het beroep intrekken onder voorwaarde van vergoeding van proceskosten, hetgeen de staatssecretaris weigerde, waardoor het beroep bleef gehandhaafd.

De rechtbank oordeelde dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden, die op 5 oktober 2022 zou verstrijken, rechtsgeldig met negen maanden was verlengd vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen, conform artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en het WBV 2022/22. Hierdoor eindigde de beslistermijn op 5 juli 2023, waardoor de ingebrekestelling van 6 oktober 2022 prematuur was ingediend.

Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een beroep tegen het niet tijdig beslissen pas mogelijk nadat een ingebrekestelling is ontvangen en twee weken zijn verstreken. Omdat de ingebrekestelling in deze zaak te vroeg was, voldeed het beroep niet aan de vereisten en werd het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. de Groot en openbaar gemaakt op 5 juli 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.21415

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] eiseres

geboren op [geboortedatum]
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S. Kalu-Mollema),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 5 april 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Bij fax van 6 oktober 2022 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Eiseres heeft vervolgens op 23 oktober 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Verweerder heeft in het besluit van 10 maart 2023 (alsnog) de aanvraag van eiseres ingewilligd.
Naar aanleiding hiervan heeft eiseres aangeven het beroep alleen wenst in te trekken als verweerder bereid is de proceskosten te vergoeden.
Verweerder heeft aangegeven geen aanleiding te zien voor een veroordeling in de proceskosten.
Hieruit leidt de rechtbank af dat het beroep gehandhaafd blijft.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet verweerder binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.
5. Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw kan de termijn, als bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste negen maanden worden verlengd, indien een groot aantal vreemdelingen tegelijk een aanvraag indient waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden.
6. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 5 april 2022. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in het geval van eiseres op 5 oktober 2022 eindigen. De staatssecretaris heeft echter, met inwerkingtreding van het WBV 2022/22, de beslistermijn van asielaanvragen die nog niet waren verstreken op 27 september 2022 met negen maanden verlengd. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in de uitspraak van haar meervoudige kamer van 26 april 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:6050) geoordeeld dat de staatssecretaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. De rechtbank ziet geen aanleiding om in deze zaak van dat oordeel af te wijken. De verlenging van de beslistermijn is daarom rechtsgeldig. De beslistermijn in deze termijn verstrijkt op 5 juli 2023. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 6 oktober 2022 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
7. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl
De uitspraak is openbaar gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.