ECLI:NL:RBDHA:2023:9671
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige na internationale kinderontvoering
De vader verzocht de rechtbank om de moeder te gelasten hun minderjarige kind terug te brengen naar Spanje, waar het kind voorheen woonde. De moeder had het kind begin januari 2023 zonder toestemming van de vader naar Nederland gebracht. De rechtbank stelde vast dat de overbrenging in strijd was met het gezagsrecht van de vader en daarmee ongeoorloofd was volgens het Haagse Verdrag.
Echter, de Spaanse rechter heeft in een civiele procedure geoordeeld dat de overbrenging niet onrechtmatig was en heeft de door de vader gevraagde beschermingsmaatregelen afgewezen. De Nederlandse rechtbank achtte deze beslissing bindend en concludeerde dat de ongeoorloofde overbrenging en achterhouding daarmee waren beëindigd.
De rechtbank wees het verzoek tot teruggeleiding af en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. Tevens werd de bijzondere curator benoemd om het belang van het kind te behartigen en haar werkzaamheden worden beëindigd indien geen hoger beroep wordt ingesteld.
De vader maakte bezwaar tegen de kostenveroordeling, maar de rechtbank vond geen sprake van misbruik van procesrecht. De procedure werd behandeld door de meervoudige kamer onder leiding van kinderrechters. De beslissing kan binnen twee weken worden aangevochten bij het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar Spanje wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.