ECLI:NL:RBDHA:2023:9635
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid herkomst en verwestering
Eiser, met Iraakse nationaliteit, diende zijn zevende asielaanvraag in waarbij hij stelde medische problemen te hebben en verwesterd te zijn. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van eisers identiteit, nationaliteit en herkomst, en het ontbreken van bewijs voor verwestering of een onderliggende politieke of religieuze overtuiging.
Eiser voerde aan dat zijn langdurig verblijf in Nederland en zijn waardering voor vrijheid en gelijkheid indicaties zijn van verwestering, ondersteund door internationale rapporten en jurisprudentie. De rechtbank concludeerde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een westerse leefwijze heeft ontwikkeld die afwijkt van normen in zijn land van herkomst, noch dat deze leefwijze voortkomt uit een fundamentele overtuiging.
De medische problemen van eiser werden onderzocht maar niet relevant geacht voor de beoordeling van het asielmotief. De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is omdat de gestelde herkomst niet aannemelijk is en daarmee ook het asielmotief niet kan slagen. Het beroep is daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van identiteit, nationaliteit en herkomst en het ontbreken van bewijs voor verwestering.