ECLI:NL:RBDHA:2023:9584
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep verblijfsvergunning
Eiser had beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Tijdens de procedure verleende verweerder alsnog een reguliere verblijfsvergunning op grond van nieuwe informatie die eiser pas in beroep had overgelegd. Hierdoor trok eiser zijn beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a Awb alleen aan de orde is wanneer het bestuursorgaan binnen de onderzoekslast het besluit herziet op gronden die onrechtmatigheid erkennen. Nieuwe feiten of informatie die buiten de onderzoekslast vallen, vormen geen grond voor proceskostenvergoeding.
Omdat de nieuwe medische gegevens en gezinsomstandigheden pas in beroep waren ingebracht en buiten de onderzoekslast van verweerder vielen, was er geen sprake van tegemoetkomen. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook af.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is gebaseerd op vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen binnen de onderzoekslast van verweerder.