ECLI:NL:RBDHA:2023:9420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden
Eiseres woont sinds 2009 met haar kinderen in een woning op de tweede etage en kampt met een longaandoening waardoor traplopen niet mogelijk is. Vanwege liftangst kan zij de lift niet gebruiken. Zij vroeg een urgentieverklaring aan, maar deze werd door het college afgewezen op basis van algemene weigeringsgronden.
Eiseres voerde aan dat therapie voor haar liftangst niet mogelijk is en dat passende woningen niet regelmatig worden aangeboden. Ook stelde zij dat de Huisvestingsverordening in strijd is met de Huisvestingswet en dat de hardheidsclausule toegepast moet worden vanwege haar persoonlijke noodsituatie.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter en oordeelt dat het beleid van verweerder terughoudend getoetst moet worden. De afwijzing is terecht omdat eiseres redelijkerwijs haar huisvestingsprobleem op andere wijze kan oplossen, onder meer door een ruimer zoekgebied en therapie. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat haar situatie niet uitzonderlijk of schrijnend genoeg is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meijers op 3 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.