ECLI:NL:RBDHA:2023:9195
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking ZW-uitkering wegens gefingeerd dienstverband en afwijzing WW-uitkering
Eiser diende een beroep in tegen de intrekking van zijn Ziektewet-uitkering (ZW) en de afwijzing van zijn aanvraag voor een Werkloosheidswet-uitkering (WW) door het UWV. Verweerder stelde dat er sprake was van een gefingeerd dienstverband met [bedrijfsnaam] B.V. en dat eiser geen werknemer was in de zin van de sociale verzekeringswetten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder met een onderzoeksrapport aannemelijk had gemaakt dat eiser geen privaatrechtelijke dienstbetrekking had. Het adres van de werkgever bleek een woning te zijn en er waren geen objectieve bewijzen dat eiser daadwerkelijk werkzaamheden had verricht. Verklaringen van klanten waren niet verifieerbaar en op verzoek van eiser opgesteld. De psychische klachten van eiser op het moment van zijn verklaring konden de rechtbank niet overtuigen van onbetrouwbaarheid.
Daarom was eiser niet verzekerd voor de ZW en WW, en was de intrekking van de ZW-uitkering met terugwerkende kracht en de afwijzing van de WW-uitkering terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de intrekking van de ZW-uitkering en afwijzing van de WW-uitkering bevestigd.