ECLI:NL:RBDHA:2023:9067
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring asielberoep Nigeriaanse aanvrager na gebruik niet-registertolk
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende in 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Na een eerdere vernietiging van het besluit door de rechtbank, wees de staatssecretaris in 2022 opnieuw de aanvraag af. Eiser voerde onder meer aan dat het gebruik van een niet-registertolk tijdens een aanvullend gehoor zijn belangen schaadde en dat de beoordeling van zijn vrees voor een mensenhandelaar onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom vanwege spoed geen registertolk werd ingezet, maar concludeerde dat eiser hierdoor niet in zijn belangen was geschaad. Daarom werd het motiveringsgebrek gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro. Verder werd geoordeeld dat het element slachtoffer van mensenhandel wel degelijk inhoudelijk was beoordeeld in het bestreden besluit.
Ten aanzien van de vrees voor de mensenhandelaar oordeelde de rechtbank dat de verklaringen van eiser onvoldoende aannemelijk maakten dat hij nog een reëel risico loopt bij terugkeer naar Nigeria. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.