Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2023 in de zaken tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser 1
Hommerson Sportland 2000 BV, uit Den Haag, eiseres 2
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om een omgevingsvergunning te verlenen voor de vestiging van een speelautomatenhal op een locatie in Scheveningen Haven. De aanvraag werd afgewezen omdat het gebruik niet voldoet aan het bestemmingsplan en het college geen afwijking wilde toestaan. Eisers stelden dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en deden een beroep op het vertrouwensbeginsel, onder verwijzing naar eerdere toezeggingen en beleidswijzigingen.
De rechtbank oordeelde dat eiser 1 als eigenaar van het pand en eiseres 2 als aanvrager voldoende belanghebbenden zijn. Het college had zich niet gebaseerd op planologisch beleid maar op beleidsdocumenten zoals het Havenconvenant en het coalitieakkoord, die niet als planologisch toetsingskader gelden. De motivering van het college was onvoldoende, onder meer omdat verkeerskundige effecten en maatschappelijke haalbaarheid niet adequaat waren onderbouwd.
Daarnaast was er sprake van een gerechtvaardigde verwachting bij eiseres 2 dat de vergunning zou worden verleend, gezien eerdere vergunningverlening, aanpassing van de Verordening op de kansspelen, en toezeggingen van wethouders. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde daarom. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.