ECLI:NL:RBDHA:2023:8982
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker diende op 9 januari 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 24 augustus 2021. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 30 mei 2023 een inwilligend besluit op de aanvraag, waarna verzoeker het beroep op 4 juni 2023 introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en het WBV 2022/22, waardoor de termijn pas op 24 mei 2023 was verstreken. De ingebrekestelling van 29 november 2022 was daarom prematuur en het beroep niet-ontvankelijk.
Omdat het beroep niet ontvankelijk was, bestond geen grond voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af en deed uitspraak zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.