Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Jawo),par. 91-92.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De staatssecretaris baseerde dit op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Eiser betoogde dat Oostenrijk niet tijdig zijn asielaanvraag heeft behandeld en dat hij pas na drie jaar werd gehoord, wat volgens hem wijst op systeemfouten die het vertrouwensbeginsel ondermijnen. Ook verwees hij naar een hoge instroom van asielzoekers en een anti-vreemdelingensentiment in Oostenrijk.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet meer kan worden toegepast. Oostenrijk heeft het verzoek tot terugname niet tijdig beantwoord, wat als aanvaarding geldt, en het is aan eiser om eventuele klachten bij Oostenrijkse autoriteiten in te dienen. De rechtbank volgde de jurisprudentie en bevestigde dat het beroep ongegrond is en dat de aanvraag terecht niet in behandeling is genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.