ECLI:NL:RBDHA:2023:8903
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onvoldoende veilige werkwijze bij vervoer elektrische rolstoel
Een taxichauffeur van eiseres raakte op 6 maart 2020 gewond doordat een passagier zijn elektrische rolstoel niet onder controle had tijdens het vervoer. De passagier bediende zelf de rolstoel, die door zijn gewicht en dat van de rolstoel niet handmatig begeleid kon worden. De chauffeur liep een open wond en ziekenhuisopname op door het incident.
Verweerder legde eiseres een bestuurlijke boete op wegens overtreding van artikel 3.17 van het Arbobesluit, omdat eiseres geen veilige werkwijze had ontwikkeld en de chauffeur niet adequaat had geïnstrueerd. Eiseres stelde dat zij wel een veilige werkwijze had ontwikkeld en verwees naar een eigen handboek en een keurmerk, maar gebruikte niet de geldende branchecode en had geen concreet protocol voor het begeleiden van elektrische rolstoelen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende had aangetoond dat zij de risico’s had geïnventariseerd en een veilige werkwijze had ontwikkeld. Ook was niet voldaan aan de voorwaarden voor matiging van de boete. Inspanningen na het ongeval werden niet als voldoende beschouwd om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.