ECLI:NL:RBDHA:2023:8862

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 juni 2023
Publicatiedatum
20 juni 2023
Zaaknummer
NL23.16799
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 lid 2 VwArt. 50 lid 1 VwArt. 50 lid 3 Vw
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet

Eiser, een Ethiopische nationaliteit dragende persoon, kreeg op 8 juni 2023 een maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.

De rechtbank behandelde het beroep op 14 juni 2023 en overwoog dat eiser internationale bescherming geniet in Frankrijk en dat de noodzakelijke documenten voor terugkeer naar Frankrijk aanwezig zijn of spoedig beschikbaar zullen zijn. De maatregel van bewaring werd gegrond verklaard op het belang van de openbare orde, waarbij het rechtsvermoeden geldt dat inbewaringstelling noodzakelijk is.

Eiser voerde aan dat hij niet naar Frankrijk kan terugkeren vanwege veiligheidsproblemen, maar de rechtbank stelde vast dat het besluit waarbij zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard omdat hij bescherming geniet in Frankrijk, in rechte vaststaat. De staandehouding en overbrenging van eiser waren volgens de rechtbank rechtmatig.

De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.16799

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser], eiser

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).

Procesverloop

Bij besluit van 8 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 14 juni 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door S.A.M. Fikken, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen B. Petros Gebreyesus. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1972 en heeft de Ethiopische nationaliteit.
2. Uit de motivering van de maatregel en uit de overige stukken in het dossier volgt dat eiser internationale bescherming geniet in Frankrijk. Verder volgt uit het dossier dat de voor de terugkeer naar Frankrijk noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel binnen korte termijn voorhanden zullen zijn, zodat verweerder op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vw bevoegd was tot het opleggen van de maatregel.
3. Hierbij wordt aangenomen dat het belang van de openbare orde de inbewaringstelling vordert. Dit rechtsvermoeden hoeft in beginsel niet aan de hand van persoonlijke feiten en omstandigheden te worden gemotiveerd. Dit laat onverlet dat eiser zwaarwegende feiten en omstandigheden kan stellen op grond waarvan verweerder van inbewaringstelling moet afzien, dan wel moet motiveren waarom eiser toch in bewaring moet blijven. [1]
4. Eiser is staandegehouden op grond van artikel 50, eerste lid, van de Vw. Anders dan eiser stelt is dat een juiste grondslag. Er is immers voldaan aan de voorwaarde dat sprake moet zijn van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. De staandehouding van eiser en het vorderen van inzage in zijn identiteitsdocument diende het vaststellen van zijn identiteit en daarmee samenhangend zijn verblijfsrechtelijke positie. Hierna is eiser terecht op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw overgebracht en opgehouden naar een plaats van verhoor.
5. Voor zover eiser aanvoert dat hij niet kan terugkeren naar Frankrijk, omdat hij zich daar niet veilig voelt, wijst de rechtbank erop dat het besluit waarbij eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk is verklaard omdat hij internationale bescherming geniet in Frankrijk in rechte vaststaat. Dat impliceert dat eiser bescherming kan vragen voor zijn gestelde problemen in Frankrijk.
6. Ook overigens is niet gebleken dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:667