Verzoekers, Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en Vereniging Leefmilieu, verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland om de natuurvergunning van 4 november 2016, die de uitbreiding van een melkveebedrijf nabij Natura 2000-gebieden mogelijk maakt, niet gedeeltelijk in te trekken.
De vergunning was verleend op basis van het inmiddels ongeldig verklaarde Programma Aanpak Stikstof (PAS). Verzoekers stelden dat de vergunning in strijd met wettelijke voorschriften is verleend en dat de activiteiten leiden tot ontoelaatbare stikstofdepositie. Het college wees het verzoek tot intrekking af, wat tot beroep leidde. De rechtbank vernietigde eerder een besluit van het college, maar het college handhaafde het besluit bij nieuw bezwaar.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening. Gelet op de lopende aanvraag van vergunninghoudster voor een nieuwe natuurvergunning op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb), die niet afhankelijk is van de oude vergunning uit 2016, concludeerde de rechter dat het intrekken van de oude vergunning geen invloed heeft op de beoordeling van de nieuwe aanvraag.
Verder duurt het nog geruime tijd voordat op de nieuwe aanvraag wordt beslist en is de nieuwe stal niet te bouwen zonder de nieuwe vergunning. Handhaving zal plaatsvinden indien vergunninghoudster toch gebruik maakt van de oude vergunning. Daarom ontbreekt het spoedeisend belang en werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.