ECLI:NL:RBDHA:2023:861

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 februari 2023
Publicatiedatum
31 januari 2023
Zaaknummer
22/396
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 WpgArt. 25 WpgArt. 8:29 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing inzageverzoek persoonsgegevens ter bescherming nationale veiligheid

Eiser heeft verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens, maar dit verzoek is door verweerder, de Korpschef van Politie, afgewezen op grond van bescherming van de nationale veiligheid. Eiser stelde dat de afwijzing onvoldoende was gemotiveerd, in strijd was met de onschuldpresumptie en dat er onvoldoende belangenafweging had plaatsgevonden.

De rechtbank heeft het beroep behandeld en is van oordeel dat verweerder terecht de nationale veiligheid als grondslag voor de afwijzing heeft aangevoerd. Met toestemming van eiser heeft de rechtbank vertrouwelijke documenten ingezien die de noodzakelijkheid en evenredigheid van de maatregel onderbouwen. Tevens is geoordeeld dat de afwijzing niet in strijd is met de onschuldpresumptie, omdat deze geen twijfel zaait over de vrijspraak in de strafrechtelijke procedure.

Verder is vastgesteld dat artikel 27, eerste lid, van de Wet politiegegevens (Wpg) geen ruimte laat voor belangenafweging bij bescherming van de nationale veiligheid. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het inzageverzoek in persoonsgegevens ter bescherming van de nationale veiligheid is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/396

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. A.J. Horenblas),
en

de Korpschef van Politie

(gemachtigde: drs. A. Krommendijk en drs. E.F.L.H.M. Hezemans).

Procesverloop

Bij besluit van 6 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser om zijn persoonsgegevens in te zien afgewezen.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 22 december 2022. Eiser en zijn gemachtigde waren aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Beoordeling

Wat heeft verweerder besloten?
1. Verweerder heeft het verzoek van eiser om zijn persoonsgegevens in te zien afgewezen. [1] Verweerder vindt dit noodzakelijk ter bescherming van de nationale veiligheid. [2]
Wat vindt eiser in beroep?
2. Eiser vindt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de nationale veiligheid in het geding is. Daarnaast is de afwijzing in strijd met de onschuldpresumptie. Tot slot heeft verweerder de betrokken belangen onvoldoende afgewogen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
3. De rechtbank volgt niet het betoog van verweerder dat het procesbelang van eiser zou zijn vervallen vanwege het feit dat hij sinds 8 juni 2022 niet meer in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd staat. Eiser heeft onverminderd belang bij de beoordeling of verweerder hem rechtmatig inzage in zijn persoonsgegevens heeft geweigerd.
4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht de bescherming van de nationale veiligheid aan de afwijzing van het verzoek van eiser ten grondslag heeft gelegd. De rechtbank heeft met toestemming van eiser kennis genomen van de documenten die verweerder vertrouwelijk heeft overgelegd. [3] Op basis van deze documenten is voldoende aannemelijk dat de afwijzing van het verzoek een noodzakelijke en evenredige maatregel ter bescherming van de nationale veiligheid is.
5. Het bestreden besluit is niet in strijd met de onschuldpresumptie zoals geformuleerd in de door eiser aangehaalde rechtspraak, [4] omdat verweerder met de afwijzing van het verzoek van eiser geen twijfel doet ontstaan over de juistheid van de vrijspraak van eiser in de strafrechtelijke procedure.
6. Artikel 27, eerste lid, van de Wpg laat verweerder geen ruimte om belangen af te wegen. De bescherming van de nationale veiligheid is een dwingend geformuleerde afwijzingsgrond. Verweerder heeft het verzoek van eiser terecht afgewezen.
7. Het beroep is ongegrond. Verweerder hoeft de kosten die eiser heeft gemaakt voor deze procedure niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Janmaat, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Dat is een verzoek als bedoeld in artikel 25 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg).
2.Zie artikel 27, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wpg.
3.Onder toepassing van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
4.Dat zijn de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 1 december 2020 (ECLI:NLCRVB:2020:3016) en de daarin aangehaalde uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 23 oktober 2014 (ECLI:CE:ECHR:2014:1023JUD002778510).