Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond; en
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Overwegingen
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres is op 20 mei 2023 aangehouden en tegen haar is een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres stelde dat haar aanhouding onrechtmatig was omdat deze louter vreemdelingrechtelijk zou zijn, en dat zij daarom staande had moeten worden gehouden in plaats van aangehouden. De rechtbank oordeelde echter dat de aanhouding op grond van artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht plaatsvond omdat eiseres geen geldig legitimatiebewijs kon tonen, en dat de rechtbank niet bevoegd is om de aanwending van strafrechtelijke bevoegdheden te toetsen in deze bestuursrechtelijke procedure.
De rechtbank stelde vast dat de gronden voor de maatregel van bewaring feitelijk juist en voldoende toegelicht waren en dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld. Zo had verweerder al op 23 mei 2023 een vertrekgesprek gevoerd en op 30 mei 2023 een terug- en overnameverzoek ingediend bij de Poolse autoriteiten nadat was vastgesteld dat eiseres niet met een kopie van haar Poolse identiteitskaart kon terugkeren.
Omdat ook ambtshalve geen onrechtmatigheid van de maatregel bleek, werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder werd geen proceskosten opgelegd. De uitspraak werd op 31 mei 2023 mondeling gedaan door rechter W. Anker.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.