ECLI:NL:RBDHA:2023:854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoekster naar Duitsland ondanks medische klachten
Eiseres heeft in Nederland asiel aangevraagd, maar op grond van de Dublin-verordening is vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag. De staatssecretaris heeft daarom besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en eiseres over te dragen aan Duitsland.
Eiseres voert aan dat zij psychische klachten heeft, waaronder een paniekstoornis, en dat overdracht naar Duitsland een reëel en bewezen risico oplevert op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van haar gezondheid. Zij stelt dat de staatssecretaris onterecht geen medisch advies heeft ingewonnen bij het Bureau Medische Advisering (BMA).
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht is uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat onvoldoende is aangetoond dat de medische zorg in Duitsland ontoereikend is. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de overdracht een reëel risico op ernstige achteruitgang van haar gezondheid oplevert. De eigen verklaringen van eiseres zijn onvoldoende onderbouwd met objectieve medische gegevens.
Daarnaast is de stelling dat zij een kwetsbare asielzoeker is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit tot overdracht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de overdracht naar Duitsland wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.