Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
u vertelt dat het een goede jongen is en dat u van dezelfde leeftijd bent. Kunt u meer over hem vertellen?”, geeft eiser antwoord met: “
Wat ik wel weet is dat hij op mannen valt”. Ook als wordt gevraagd naar de familie van [A] zegt eiser: “
over zijn familie weet ik niet zoveel. Dat kan hij zelf beter vertellen.”6 Ook over wat de relatie voor hem betekende, naast het seksuele aspect, kan eiser weinig vertellen. Eiser heeft verklaard dat hij en [A] over hun relatie spraken. Op de vraag wat zij dan bespraken, antwoordde eiser: “
bijvoorbeeld spraken we meer over hoe onze liefde in elkaar zit en hoe we onszelf kunnen beschermen. Hoe we niet betrapt worden. Zulke dingen bespraken we.”7 Vervolgens is de hoormedewerker benieuwd hoe hun liefde in elkaar zat waarop eiser antwoordt: “
het was sterk, leuk.”. Vervolgens wordt eiser nogmaals gevraagd hier meer inzicht in te geven en zegt betrokkene: “
Onze liefde was gelijkwaardig. Soms doen we spelletjes samen. Hij was gek op mij, ik op hem. Hij vond het fijn met het vrijen. Hij vond het fijn en ik ook. We respecteerden elkaar.”8 Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiser met deze verklaringen onvoldoende inzicht geeft in zijn gevoelsleven en de relatie met [A] . Uit de gehoren blijkt verder niet dat de hoormedewerker onvoldoende heeft doorgevraagd over dit aspect. De beroepsgrond slaagt niet.
eerlijk gezegd, daar heb ik mee geworsteld toen ik in Gambia woonde. Toen ik wegging, heb ik hier en daar wat informatie en advies gekregen. Maar toen ik in Gambia woonde toen wel.”9 Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat door enkel te herhalen dat hij heeft geworsteld, eiser niet uit heeft kunnen leggen waar die worsteling vandaan kwam, nu hij zegt zijn geloof al jaren niet meer te praktiseren. Het blijft daarom onduidelijk waarom betrokkene deze vraag stelde aan het COC. Dit heeft verweerder voldoende gemotiveerd in het bestreden besluit.10 Daarnaast heeft verweerder op zitting toegelicht dat eiser een vraag heeft gesteld over een onderwerp waar eiser eigenlijk, blijkens zijn verklaringen, geen probleem mee had, namelijk of je zowel gay kon zijn als moslim. Verweerder heeft de verklaringen van eiser over dit contact daarom bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers relaas als bevreemdend mogen laten meewegen. De beroepsgrond slaagt niet.