ECLI:NL:RBDHA:2023:8213

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
NL23.9664
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 VwArt. 12 DublinverordeningVreemdelingenwet 2000Verordening (EU) nr. 604/2013
Verwijzingen
9 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en pushbacks in Roemenië

Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 23 februari 2023 een asielaanvraag in. Verweerder nam deze niet in behandeling omdat Roemenië verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Roemenië had eerder een visum verstrekt en het verzoek tot overname geaccepteerd.

Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege pushbacks in Roemenië, wat een fundamentele systeemfout in de asielprocedure zou vormen. Hij verwees naar rapporten en eerdere jurisprudentie. De rechtbank stelde echter vast dat het uitgangspunt blijft dat Roemenië verantwoordelijk is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk met pushbacks te maken zal krijgen.

De rechtbank volgde de Afdeling bestuursrechtspraak die het interstatelijk vertrouwensbeginsel als deelbaar beschouwt en oordeelde dat de situatie in Roemenië niet vergelijkbaar is met die in Polen, waar prejudiciële vragen lopen. Het rapport van KlikAktiv bood onvoldoende concreet bewijs voor pushbacks van Dublinclaimanten.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.9664

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 29 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Roemenië voor de behandeling daarvan verantwoordelijk is.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL23.9665, op 31 mei 2023 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [Geboortedatum] en heeft de Syrische nationaliteit. Op 23 februari 2023 heeft eiser een asielaanvraag ingediend.
2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. [1] Roemenië heeft namelijk aan eiser een visum verstrekt dat geldig was van 20 januari 2022 tot en met 11 mei 2022. Verweerder heeft daarom de autoriteiten van Roemenië verzocht om eiser over te nemen op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening. [2] De Roemeense autoriteiten hebben dit verzoek geaccepteerd.
3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert daartoe aan dat ten aanzien van Roemenië niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Er vinden
pushbacksplaats en dat moet worden aangemerkt als fundamentele systeemfout in de asielprocedure. Uit een rapport van KlikActiv [3] blijkt dat de pushbacks ook plaatsvinden bij Dublinclaimanten. Hierbij wordt verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 3 februari 2023 [4] . Bovendien is het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet deelbaar. Hierbij wordt verwezen naar de prejudiciële vragen die op 15 juni 2022 door deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, [5] zijn gesteld en een procedure bij de Afdeling [6] die is aangehouden in afwachting van de beantwoording van deze vragen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat Roemenië in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.
5. Uitgangspunt is dat verweerder ten aanzien van Roemenië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan. Dit is door de Afdeling recentelijk bevestigd. [7] Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet kan. Eiser is hier niet in geslaagd.
6. Voor zover er in Roemenië
pushbacksplaatsvinden, kunnen deze worden aangemerkt als fundamentele systeemfout in de asielprocedure. Uit de uitspraak van de Afdeling van 12 januari 2023 leidt de rechtbank echter af dat de Afdeling, vooralsnog, uitgaat van de deelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank ziet, in navolging van de Afdeling, ook geen aanleiding om de zaak aan te houden in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen. Hierbij is van belang dat de prejudiciële vragen betrekking hebben op de vraag of van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan ten aanzien van Polen. In die situatie gaat het niet alleen om
pushbacks, maar speelt ook de (on)afhankelijkheid van de rechterlijke macht in Polen. Het betreft dan ook een wezenlijk andere situatie.
7. Nu voor zover nodig van de deelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan is het aan eiser om aannemelijk te maken dat hij ook als Dublin-terugkeerder te maken zal krijgen met pushbacks. Het rapport van KlikActiv biedt hiervoor echter onvoldoende aanknopingspunten. Het rapport maakt slechts melding van enkele gevallen en deze zijn niet van voldoende concreet bewijs voorzien om te kunnen concluderen dat er sprake is van pushbacks van Dublinclaimanten. Hierbij wordt verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 4 mei 2023. [8]
8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Verordening (EU) nr. 604/2013.
3.“Formalizing Pushbacks –The use of readmission agreements in pushback operations at the Serbian-Romanian border”, januari 2023.
6.Afdeling bestuursrechtspraak bij de Raad van State.