ECLI:NL:RBDHA:2023:7994
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft op 26 april 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou op 26 oktober 2022 verstrijken. Eiser stelde de staatssecretaris op 27 oktober 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende vervolgens op 14 november 2022 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De staatssecretaris had echter op 27 september 2022 de beslistermijn met negen maanden verlengd op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen. De rechtbank had in een eerdere uitspraak geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig was.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling van 27 oktober 2022 prematuur was omdat de oorspronkelijke beslistermijn nog niet was verstreken door de verlenging. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend beroep.