ECLI:NL:RBDHA:2023:7991
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod van twee jaar ondanks zakelijke belangen in Nederland
Eiser, een Servische nationaliteit, heeft in 2018 Nederland binnengekomen en een verblijfsvergunning aangevraagd die in 2019 is afgewezen. Tegen die afwijzing zijn beroep en hoger beroep ingesteld, die ongegrond werden verklaard. In november 2022 legde de Staatssecretaris een inreisverbod van twee jaar op omdat eiser niet vrijwillig vertrok binnen de gestelde termijn.
Eiser voerde aan dat zijn innovatieve bedrijf in Nederland een wezenlijke bijdrage levert aan de economie en dat verweerder onvoldoende rekening hield met zijn zakelijke belangen. De rechtbank oordeelde dat verweerder het inreisverbod op goede gronden en voldoende gemotiveerd heeft opgelegd, mede omdat eiser niet heeft onderbouwd dat zijn bedrijf wezenlijk bijdraagt aan de Nederlandse economie.
Verweerder heeft bovendien terecht gesteld dat de zakelijke belangen van eiser zijn opgebouwd tijdens zijn onrechtmatig verblijf en dat eiser via moderne communicatiemiddelen zijn belangen kan behartigen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweejarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard.