ECLI:NL:RBDHA:2023:7914
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in Dublinprocedure
Eiser heeft op 7 maart 2023 een asielaanvraag ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, maar de rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser nog belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Verweerder berichtte dat eiser op 17 mei 2023 zelfstandig zijn woonruimte had verlaten en met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde bevestigde geen contact meer te hebben met eiser.
De jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State leert dat bij vertrek met onbekende bestemming zonder contact te onderhouden, wordt aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. De rechtbank concludeerde dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij inhoudelijke beoordeling.