ECLI:NL:RBDHA:2023:7835
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV tot vergoeding proceskosten en kosten contra-expertise na intrekking beroepen
Verzoeker had tegen twee besluiten van het UWV beroep ingesteld betreffende de toekenning en hoogte van een WIA-uitkering. Het UWV trok alle primaire en bestreden besluiten in, waarna verzoeker de beroepen introk en vergoeding van proceskosten vorderde.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker de beroepen introk omdat het UWV aan hem tegemoet was gekomen, zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Daarom was het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond. De rechtbank beschouwde de twee zaken als samenhangend en stelde de kosten van rechtsbijstand vast op €1.434,-.
Daarnaast werd vergoeding van de kosten van een contra-expertise door een arts van Lechnerconsult toegewezen, omdat het een geneeskundige kwestie betrof en deze kosten redelijk waren gemaakt. De totale proceskostenvergoeding bedroeg €3.878,20. Het griffierecht werd door verzoeker betaald maar moet door het UWV worden vergoed via een aparte procedure.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en kosten van contra-expertise ten bedrage van €3.878,20.