ECLI:NL:RBDHA:2023:7769
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende asielzoeker, heeft meerdere asielaanvragen in Nederland gedaan die allen zijn afgewezen en in rechte zijn bevestigd. Op 1 december 2022 diende hij een nieuwe aanvraag in met als grond de oproep voor reservistendienst in Algerije.
Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, meldde dat eiser sinds 4 mei 2023 met onbekende bestemming is vertrokken en sindsdien geen contact heeft onderhouden met zijn gemachtigde. De rechtbank vroeg de gemachtigde om te reageren, maar deze verklaarde geen contact meer te hebben met eiser.
Gezien de vaste rechtspraak dat vertrek met onbekende bestemming zonder contact impliceert dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming, oordeelde de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens vertrek met onbekende bestemming en geen contact met gemachtigde.