ECLI:NL:RBDHA:2023:7334
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring en afwijzing schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 december 2022 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 17 mei 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank heeft de maatregel van bewaring reeds viermaal eerder getoetst en concludeerde in de meest recente uitspraak van 14 april 2023 dat de maatregel rechtmatig was tot het sluiten van het toenmalige onderzoek op 7 april 2023. De beoordeling richtte zich nu op de periode daarna.
Eiser stelde dat de staatssecretaris geen actie had ondernomen voor zijn uitzetting en dat er geen zicht op uitzetting bestond, mede omdat hij alle medewerking had toegezegd. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris sinds december 2022 meerdere keren een laissez-passer-aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten had ingediend en herhaaldelijk had gerappelleerd. Er waren onvoldoende aanwijzingen dat Marokko niet zou meewerken.
Daarnaast weigerde eiser actief mee te werken aan zijn terugkeer, zoals blijkt uit zijn afwezigheid bij een geplande presentatie. De rechtbank achtte de voortvarendheid van de staatssecretaris voldoende, onder meer door pogingen tot vertrekgesprekken en schriftelijke rappels. De rechtbank concludeerde dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbrak en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.