ECLI:NL:RBDHA:2023:7272
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand onterecht wegens onjuiste vermogenswaardering auto en schending inlichtingenplicht
Eiser ontving sinds 2012 bijstand en kreeg in september 2020 een auto op zijn naam. Verweerder trok op grond van vermeend te hoog vermogen de bijstand in, vorderde terug en wees een inkomensafhankelijke toeslag af. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank oordeelde dat eiser de inlichtingenplicht weliswaar schond door het bezit van de auto niet te melden, maar dat de auto medisch noodzakelijk was en daarom niet als vermogen had mogen worden meegeteld. Hierdoor was het recht op bijstand ten onrechte ingetrokken en de terugvordering en toeslagafwijzing onterecht.
De boete werd vernietigd omdat geen nadeel of benadelingsbedrag was ontstaan. De rechtbank vernietigde alle bestreden besluiten, herroept de intrekking en terugvordering, en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot intrekking bijstand, terugvordering, afwijzing toeslag en boete en herroept de intrekking en terugvordering.