ECLI:NL:RBDHA:2023:7115
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennisgeving aanvang inburgeringstermijn geen appellabel besluit volgens Awb
Eiser, met de Turkse nationaliteit, ontving op 4 juli 2022 een kennisgeving van de aanvang van zijn inburgeringstermijn. Hij maakte bezwaar tegen deze kennisgeving, maar verweerder verklaarde dit bezwaar niet ontvankelijk omdat het geen appellabel besluit betrof.
Eiser betoogde dat de kennisgeving wel een besluit is en dat de nieuwe inburgeringswet (Wi 2021) niet op hem van toepassing zou zijn omdat zijn verblijfsrecht vóór 1 januari 2022 is verkregen. Verweerder stelde dat de kennisgeving geen besluit is en dat de Wi 2021 wel van toepassing is omdat eiser het verblijfsdocument pas in januari 2022 ontving.
De rechtbank stelde vast dat een besluit een schriftelijke beslissing is die een rechtsgevolg heeft. De kennisgeving bevatte slechts informatie over de aanvang en einddatum van de inburgeringstermijn, zonder nieuwe verplichtingen of rechtsgevolgen te scheppen. Daarom is de kennisgeving geen besluit in de zin van de Awb. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, en hij kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de kennisgeving aanvang inburgeringstermijn wordt ongegrond verklaard omdat deze kennisgeving geen besluit is in de zin van de Awb.