ECLI:NL:RBDHA:2023:6749
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in pleeggezin
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die feitelijk verblijft in een pleeggezin. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, is sinds de geboorte van het kind nauwelijks bereikbaar en heeft aangegeven niet voor de minderjarige te kunnen zorgen. De gecertificeerde instelling heeft ondanks herhaalde pogingen geen contact kunnen leggen met de moeder om een opvoedplan op te stellen.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn. De minderjarige ontwikkelt zich goed in het huidige pleeggezin, en het is van belang dat zij in een perspectiefbiedend pleeggezin kan opgroeien. De gecertificeerde instelling is bezig met de screening van een mogelijk nieuw pleeggezin waarbij het huidige pleeggezin als netwerk kan blijven fungeren.
De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor de periode van 27 april 2023 tot 27 april 2024. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De moeder is conform wettelijke vereisten opgeroepen maar niet verschenen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak door de verzoeker en belanghebbenden.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd voor de duur van één jaar.