Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1], eiser 1,[eiseres], eiseres mede namens de minderjarige kinderen:[kind 1] en [kind 2],
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij afzonderlijke besluiten van 1 maart 2022 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de opvolgende aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000. Tevens heeft verweerder aan eisers een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Het inreisverbod geldt niet voor de minderjarige kinderen.
Overwegingen
Voor wat de bedreiging van 11 juli 2021 betreft heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van eisers is vastgesteld dat er sprake is van een veilig derde land, Chili. De problemen in Colombia worden om die reden niet aangemerkt als nieuw gebleken feiten of omstandigheden. Eisers dienen immers terug te keren naar Chili en niet naar Colombia.
10.1. De rechtbank stelt vast dat eisers deze beroepsgrond eerst ter zitting naar voren hebben gebracht. Het betreft een geheel nieuwe beroepsgrond. Niet is gebleken dat eisers deze beroepsgrond redelijkerwijs niet eerder hadden kunnen aanvoeren. De rechtbank acht het in strijd met de goede procesorde om deze eerst ter zitting naar voren gebrachte beroepsgrond bij haar beoordeling te betrekken. De rechtbank zal deze beroepsgrond daarom buiten beschouwing laten.
Nu al bij besluiten van 28 mei 2021 en 31 mei 2021 tegen eisers een terugkeerbesluit is uitgevaardigd en daarbij is aangegeven dat eisers Nederland binnen vier weken dienen te verlaten en niet gebleken is dat eisers aan die terugkeerverplichting hebben voldaan, heeft verweerder terecht aan hen een inreisverbod opgelegd.