ECLI:NL:RBDHA:2023:651
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op verzoek terugwerkende kracht bijstandsuitkering wegens ziekte
Eiser ontving eerder een uitkering op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen die in oktober 2017 werd beëindigd. Hij vroeg in april 2020 een bijstandsuitkering aan op grond van de Participatiewet en verzocht om terugwerkende kracht vanaf december 2017 vanwege ernstige ziekte.
Het college wees de aanvraag voor de periode vóór de meldingsdatum af, omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn medische toestand niet eerder kon aanvragen. Eiser stelde dat hij eind 2017/begin 2018 contact had gehad met medewerkers van het college, maar dit werd niet onderbouwd met objectieve medische stukken of bewijs van eerdere aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden bestonden die rechtvaardigen dat de bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen is ongegrond verklaard.