Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], eiseres,
[naam 1], kind 1, en
[naam 2], kind 2,
Rechtbank Den Haag
Eisers, een alleenstaande moeder met twee minderjarige kinderen uit Eritrea, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis bij de Nederlandse overheid. De aanvragen werden afgewezen omdat de familierechtelijke relatie met de referent niet voldoende was aangetoond. Verweerder bood DNA-onderzoek aan op Nederlandse ambassades in Ethiopië en Soedan, maar eisers konden daar niet aan deelnemen vanwege de onmogelijkheid om Eritrea te verlaten.
De rechtbank oordeelt dat het niet redelijk en humaan is van eisers te verwachten dat zij opnieuw illegaal Eritrea uitreizen voor DNA-onderzoek. Verweerder had alternatieve onderzoeksmogelijkheden moeten onderzoeken, zoals het horen van de referent of samenwerking met andere EU-lidstaten die diplomatieke vertegenwoordigingen in Eritrea hebben. Verweerder heeft dit nagelaten en het bestreden besluit is daarom onzorgvuldig en ondeugdelijk gemotiveerd.
De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen, waarbij eerst de referent moet worden gehoord over de familierechtelijke relatie en vervolgens moet worden onderzocht of DNA-onderzoek in Eritrea mogelijk is via samenwerking met andere EU-lidstaten. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met aanvullend onderzoek.