Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd op 19 mei 2022 ingediend en de ontvangst bevestigd op 1 juni 2022. De beslistermijn van 90 dagen werd met drie maanden verlengd, maar verweerder stelde niet binnen deze termijn een besluit op. Eiser stelde verweerder op 2 december 2022 in gebreke en diende na twee weken beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het niet tijdig nemen van een besluit als een besluit wordt aangemerkt.
De rechtbank overweegt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken na uitspraak gerechtvaardigd is. Verweerder heeft een nadere beslistermijn van twaalf weken verzocht vanwege nader onderzoek, wat de rechtbank redelijk acht.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500 voor overschrijding van deze termijn. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van €418,50 en in de vergoeding van het betaalde griffierecht van €184. De rechtbank draagt verweerder op binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op de mvv-aanvraag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en legt een termijn van twaalf weken op met een dwangsom bij overschrijding.