ECLI:NL:RBDHA:2023:6135
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijf EU/EER wegens onvoldoende toetsing aan artikel 8 EVRM
Eiser, van Albanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER om bij zijn zoon en kleinzoon in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet aantoonde dat hij ten laste was van zijn referente in Griekenland en niet daadwerkelijk bij haar woonde. Tevens werd het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs leverde van materiële ondersteuning en samenwoning in Griekenland. Het betoog dat bijzondere omstandigheden rond zijn kleinzoon tot afwijking van beleid zouden moeten leiden, wordt verworpen. Wel stelt de rechtbank vast dat verweerder ten onrechte niet heeft getoetst aan artikel 8 EVRM Pro, ondanks een impliciet beroep daarop door eiser.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit gedeeltelijk vanwege deze motiveringsgebrek en beveelt verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van artikel 8 EVRM Pro, inclusief het horen van eiser. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onvoldoende toetsing aan artikel 8 EVRM en verweerder moet een nieuw besluit nemen met hoor en motivering.