ECLI:NL:RBDHA:2023:6039
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit, nationaliteit en herkomst
Eiser, die stelt Eritrese nationaliteit te bezitten en geboren te zijn in een vluchtelingenkamp in Soedan, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De staatssecretaris oordeelde dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk had gemaakt, mede vanwege wisselende verklaringen en het ontbreken van ondersteunende documenten.
De rechtbank bevestigde dat de kopie van de identiteitskaart van de moeder onvoldoende bewijs vormde en dat het ontbreken van registratie in het vluchtelingenkamp onwaarschijnlijk was. Ook vond de rechtbank dat eiser onvoldoende kennis had van de Eritrese cultuur, ondanks de mogelijkheid om hierover te worden gehoord.
De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris terecht aannam dat eiser opzettelijk valse informatie had verstrekt, waardoor de aanvraag als kennelijk ongegrond kon worden afgewezen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.