ECLI:NL:RBDHA:2023:5969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 2 februari 2023 een maatregel van bewaring op aan eiser, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder op 15 februari 2023 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was.
In de huidige procedure richt de beoordeling zich op de rechtmatigheid van de maatregel sinds het sluiten van het vorige onderzoek. Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting, aangezien de laissez-passer-aanvraag (lp-aanvraag) al ruim vier maanden geleden is ingediend zonder zicht op presentatie of datum daarvan. De staatssecretaris heeft echter meerdere schriftelijke rappels aan de Marokkaanse autoriteiten gestuurd en vertrekgesprekken met eiser gevoerd.
De rechtbank concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat de Marokkaanse autoriteiten niet willen of kunnen meewerken aan de afgifte van de lp. Ook acht de rechtbank het van belang dat eiser niet actief meewerkt aan zijn terugkeer. Gezien deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt en dat de staatssecretaris voldoende voortvarend handelt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.