ECLI:NL:RBDHA:2023:5968
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 6 februari 2023 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder op 21 februari 2023 vastgesteld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was, waardoor nu alleen het rechtmatigheidsperspectief vanaf dat moment wordt beoordeeld.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend was in de uitzetting. De rechtbank concludeerde op basis van de voortgangsrapportage dat de staatssecretaris meerdere lp-aanvragen naar de Marokkaanse en Algerijnse autoriteiten heeft verstuurd en herhaaldelijk heeft gerappelleerd. Ook is vastgesteld dat eiser niet volledig meewerkt aan zijn terugkeer. De rechtbank achtte het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn aanwezig.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende voortvarend handelt, onderbouwd door vertrekgesprekken en schriftelijke rappels. De maatregel van bewaring is daarmee niet onrechtmatig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.