ECLI:NL:RBDHA:2023:5904
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen mededeling beëindiging verstrekkingen COA
Eisers, allen van Afghaanse nationaliteit en houders van een asielvergunning, kregen passende woonruimte aangeboden door de gemeente Midden-Groningen, welke zij weigerden te accepteren. Het COA mededeelde daarop dat de verstrekkingen van rechtswege zouden eindigen en dat bij weigering van ontruiming een ontruimingsprocedure zou volgen.
Eisers stelden dat zij het recht hadden om de geschiktheid van de aangeboden woonruimte aan de bestuursrechter voor te leggen en dat de beëindiging van leefgeld en de sommatie tot ontruiming feitelijke handelingen zijn waartegen beroep mogelijk is. Verweerder stelde dat het slechts ging om mededelingen van reeds ingetreden rechtsgevolgen en dat er geen sprake was van een besluit of een met een besluit gelijk te stellen handeling.
De rechtbank oordeelde dat de mededelingen voortvloeien uit de van rechtswege ingetreden gevolgen van het verkrijgen van een verblijfsvergunning en het weigeren van passende huisvesting. Er is geen besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht en ook geen feitelijke handeling die beroep toelaat. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het beroep.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de mededeling van het COA over beëindiging verstrekkingen en ontruimingsprocedure.