ECLI:NL:RBDHA:2023:5882
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Keniaanse nationaliteit, is op 15 januari 2023 in Nederland aangekomen met een Roemeens visum en heeft asiel aangevraagd. Verweerder heeft het besluit genomen om de aanvraag niet in behandeling te nemen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, omdat Roemenië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat hij niet naar Roemenië wil vanwege risico's op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest, onder meer door pushbacks aan de Roemeense buitengrenzen en medische klachten. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling.
De rechtbank stelt vast dat de overdracht aan Roemenië weer plaatsvindt sinds augustus 2022 en dat de enkele aanwezigheid van pushbacks niet voldoende is om een systematische schending aan te nemen. Ook de medische situatie van eiser voldoet niet aan de hoge drempel van het arrest C.K. om de overdracht aan zich te trekken.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is en geen reëel risico op schending is aangetoond.