ECLI:NL:RBDHA:2023:5747

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 april 2023
Publicatiedatum
21 april 2023
Zaaknummer
NL23.8304
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 DublinverordeningArt. 12 DublinverordeningArt. 16 DublinverordeningArt. 30 Vreemdelingenwet 2000Verordening (EU) nr. 604/2013
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag wegens Dublinverordening en huiselijk geweld

Eiseres, met de Syrische nationaliteit, diende op 19 september 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling. Roemenië had een verblijfstitel aan eiseres verleend en stemde in met de overdracht.

Eiseres voerde in haar beroep aan dat zij slachtoffer was van huiselijk geweld in Roemenië en vreest bij terugkeer opnieuw problemen met haar ex-man. Zij stelde dat de Roemeense autoriteiten haar niet kunnen beschermen en dat haar asielaanvraag daarom in Nederland behandeld moet worden op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Tevens verwees zij naar een rapport van de UN Working Group en familiebanden in Nederland.

De rechtbank oordeelde dat Roemenië in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat dit vertrouwen niet langer gerechtvaardigd is. Het huiselijk geweld en het UN-rapport vormen geen grond voor het toepassen van de discretionaire bevoegdheid om de aanvraag in Nederland te behandelen. Ook was onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van een relevante afhankelijkheidsrelatie met familie in Nederland.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.8304

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiseres

v-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. R.S. Sewdajal),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. I. Vugs).

Procesverloop

Bij besluit van 17 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL23.8305, op 12 april 2023 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A.A. Fawzy. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Syrische nationaliteit te bezitten. Zij heeft op 19 september 2022 een asielaanvraag in Nederland ingediend.
2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. [1] Eiseres heeft tijdens het aanmeldgehoor verklaard dat aan haar een verblijfstitel, een afgeleide status, door de Roemeense autoriteiten is verleend. Verweerder heeft daarom de autoriteiten van Roemenië verzocht om eiseres over te nemen op grond van artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening. [2] De Roemeense autoriteiten hebben dit verzoek geaccepteerd.
3. Eiseres voert in beroep aan dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met haar bijzondere en persoonlijke omstandigheden. Zo is zij slachtoffer geweest van huiselijk geweld in Roemenië. Zij moest onder dwang van haar ex-man binnen blijven, mocht de Roemeense taal niet leren en mocht geen contact hebben met andere mensen. Ook heeft zij haar zoon moeten achterlaten in Roemenië. Eiseres vreest bij terugkeer wederom voor problemen met haar ex-man. De Roemeense autoriteiten kunnen haar hier niet tegen beschermen. Zij verwijst hiervoor naar een rapport van UN Working Group. Ter zitting wijst eiseres ter zitting nog op diverse uitspraken [3] waaruit zou blijken dat verweerder eerst moet onderzoeken of de Roemeense autoriteiten daadwerkelijk bescherming kunnen bieden. Daarnaast wonen de oom en tante van eiseres in Nederland, waarbij zij wil verblijven. Verweerder had gelet op deze omstandigheden haar asielaanvraag in behandeling moeten nemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat Roemenië in beginsel verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres. Verweerder kan voorts nog steeds van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan ten aanzien van Roemenië. Dit is ook door de Afdeling [4] recentelijk nog beoordeeld. [5] Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat hier niet langer vanuit kan worden gegaan. Nu eiseres hiertegen geen inhoudelijke beroepsgronden heeft ingediend, is zij hier niet in geslaagd.
5. Verder heeft verweerder terecht geen aanleiding gezien om gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de behandeling van de asielaanvraag van eiseres aan zich te trekken. Dat eiseres, zoals zij heeft gesteld, slachtoffer is geworden van huiselijk geweld met alle gevolgen van dien is geen omstandigheid die maakt dat de overdracht aan Roemenië van onevenredige hardheid zou getuigen. Verweerder heeft hiervoor kunnen meewegen dat niet is gebleken dat eiseres bescherming heeft gezocht bij de Roemeense autoriteiten. Het beroep op het rapport van UN Working Group slaagt evenmin. Uit dit rapport volgt weliswaar dat de Roemeense autoriteiten meer moeten doen om gelijkheid voor vrouwen te waarborgen, maar hieruit volgt evenmin dat zij geen bescherming kunnen of willen bieden aan eiseres. Met het claimakkoord hebben de Roemeense autoriteiten immers gegarandeerd eiseresses verzoek om internationale bescherming in behandeling te nemen. Om deze reden slaagt het beroep van eiseres op de ter zitting genoemde uitspraken niet. Verder heeft eiseres de familieband met haar gestelde oom en tante niet nader onderbouwd, waardoor niet is gebleken van een afhankelijkheidsrelatie met hen zoals is bedoeld in artikel 16 van Pro de Dublinverordening.
6. Het beroep is daarom ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Verordening (EU) nr. 604/2013.
4.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.