ECLI:NL:RBDHA:2023:5747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag wegens Dublinverordening en huiselijk geweld
Eiseres, met de Syrische nationaliteit, diende op 19 september 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling. Roemenië had een verblijfstitel aan eiseres verleend en stemde in met de overdracht.
Eiseres voerde in haar beroep aan dat zij slachtoffer was van huiselijk geweld in Roemenië en vreest bij terugkeer opnieuw problemen met haar ex-man. Zij stelde dat de Roemeense autoriteiten haar niet kunnen beschermen en dat haar asielaanvraag daarom in Nederland behandeld moet worden op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Tevens verwees zij naar een rapport van de UN Working Group en familiebanden in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat Roemenië in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat dit vertrouwen niet langer gerechtvaardigd is. Het huiselijk geweld en het UN-rapport vormen geen grond voor het toepassen van de discretionaire bevoegdheid om de aanvraag in Nederland te behandelen. Ook was onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van een relevante afhankelijkheidsrelatie met familie in Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.