ECLI:NL:RBDHA:2023:5401
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering verblijfsvergunning wegens Dublinverordening en gebruik niet-registertolk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op de Dublinverordening, waarbij Nederland heeft vastgesteld dat Noorwegen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat hij niet in de taal Tamil door een registertolk is gehoord, wat volgens hem een motiveringsgebrek en belangenbeschadiging opleverde. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom een niet-registertolk is ingezet, vanwege het ontbreken van tijdige beschikbaarheid van een registertolk en de vereiste spoed in de Dublinprocedure. Eiser kon de tolk goed verstaan en heeft zijn verhaal adequaat kunnen doen.
Daarnaast voerde eiser aan dat het doel van de Dublinverordening niet wordt bereikt en dat er ongelijke behandeling plaatsvindt. De rechtbank vindt dit onvoldoende onderbouwd en stelt dat het besluit tot overdracht aan Noorwegen rechtmatig is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning op grond van de Dublinverordening wordt ongegrond verklaard.