ECLI:NL:RBDHA:2023:5242
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie
Eisers hebben een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij hun meerderjarige zoon, die sinds 2009 in Nederland verblijft en de Nederlandse nationaliteit heeft. De staatssecretaris heeft de aanvragen afgewezen omdat eisers niet beschikten over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en niet voldeden aan de vrijstellingscriteria. Na bezwaar en hoorzitting heeft de staatssecretaris de afwijzing gehandhaafd, met als motivering dat geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eisers en hun zoon.
De rechtbank heeft het beroep van eisers behandeld en geoordeeld dat de staatssecretaris zich voldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank stelt dat de relatie tussen eisers en hun zoon niet verder gaat dan de gebruikelijke afhankelijkheid tussen meerderjarige ouders en hun kind. De door eisers aangevoerde emotionele en fysieke afhankelijkheid is onvoldoende onderbouwd en de aanwezigheid van een eigen gezin van de zoon in Nederland en het feit dat de dagelijkse zorg door anderen wordt verleend, ondersteunen dit oordeel.
De rechtbank concludeert dat de belangenafweging in het nadeel van eisers uitvalt en verklaart het beroep ongegrond. Eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en griffier M.C. Drenten-Boon op 13 april 2023.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningaanvragen wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.