ECLI:NL:RBDHA:2023:5172

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2023
Publicatiedatum
13 april 2023
Zaaknummer
NL23.8654
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 1 Vreemdelingenwet 2000Art. 96, derde lid, Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht

Eiser, een Marokkaanse nationaliteit bezittende vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.

De rechtbank had deze maatregel reeds eerder rechtmatig bevonden tot het moment van het sluiten van het onderzoek in een eerdere uitspraak. Het geschil richt zich nu op de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring na dat moment.

Eiser stelde dat de grondslag voor de bewaring was komen te vervallen door het indienen van een aanvraag om EU-toetsing op 25 maart 2023, onderbouwd met een PostNL-stuk. Verweerder ontkende hiervan op de hoogte te zijn en stelde dat het beroep op een eerdere Afdelingsuitspraak niet slaagt.

De rechtbank constateerde dat onvoldoende is gebleken wat voor aanvraag is ingediend en dat de aanvraag niet aantoonbaar is ontvangen. Ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van de maatregel leverde geen onrechtmatigheid op. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.8654
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

v-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. A. Agayev),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 22 februari 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw1 opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
Verweerder heeft desgevraagd gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 29 maart 2023 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1977 en de Marokkaanse nationaliteit te bezitten.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel
1. Vreemdelingenwet 2000.
96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 2 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:2799, volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat de grondslag voor de voorzetting van zijn bewaring is komen te vervallen, nu hij op 25 maart 2023 een aanvraag om EU-toetsing heeft ingediend. Ter onderbouwing hiervan heeft eiser een stuk van PostNL overgelegd van 25 maart 2023. Daarnaast verwijst eiser ter onderbouwing naar een uitspraak van de Afdeling2 van 12 november 2021.3
5. Verweerder heeft in het verweerschrift aangegeven niet bekend te zijn met een aanvraag om EU-toetsing. Evenmin is de DT&V hiervan op de hoogte. Volgens verweerder slaagt het beroep op de Afdelingsuitspraak van 12 november 2021 dan ook niet.
6. Uit de uitspraak van de Afdeling van 12 november 2021 volgt dat eiser vanaf het moment van het indienen van de aanvraag om toetsing aan het EU-recht niet op grond van artikel 59 van Pro de Vw of een andere wettelijke bepaling in bewaring kon worden gehouden, omdat hij rechtmatig verblijf had op grond van artikel 8, aanhef en onder e, van de Vw.
7. De rechtbank stelt vast dat uit het door eiser overgelegde stuk van PostNL blijkt dat op 25 maart 2023 een aangetekende brief is verstuurd naar verweerder. Ook staat op dit stuk dat de overkomstduur tussen de een tot twee werkdagen duurt. Het is de rechtbank niet gebleken om wat voor stuk het hier precies gaat. Ook blijkt uit de toelichting van eiser niet wat voor aanvraag eiser concreet heeft ingediend. Nu niet is gebleken of en wat voor soort aanvraag eiser heeft ingediend, slaagt het beroep op de Afdelingsuitspraak van 12 november 2021 niet.
8. De rechtbank overweegt tot slot dat zij gehouden is ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring te toetsen.4 Ook met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de te toetsen periode op enig moment onrechtmatig is geweest.
9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
2 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
4 Zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR25741425

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.