ECLI:NL:RBDHA:2023:509
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag afgewezen wegens verantwoordelijkheid Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser, een Jemenitische nationaliteit dragende persoon, diende op 3 juli 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat hij een hechte familieband heeft met zijn ouders en vijf broers in Nederland, en dat er sprake is van een collectivistische familiecultuur die bescherming verdient.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een afhankelijkheidsrelatie bestaat zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Dublinverordening. De zorg voor zijn ouders is niet onderbouwd met stukken en er is geen bewijs dat zij zonder eiser niet kunnen functioneren. De collectivistische familiecultuur werd niet als relevante factor meegenomen bij de beoordeling van artikel 16.
Verweerder heeft terughoudend gebruik gemaakt van de bevoegdheid in artikel 17 van Pro de Dublinverordening, en de rechtbank vond dat verweerder voldoende inzicht heeft gegeven in de beleidsmatige toepassing hiervan. De rechtbank zag geen aanleiding om te oordelen dat verweerder willekeurig heeft gehandeld.
De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid heeft besloten geen toepassing te geven aan artikel 17 en Pro de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.