ECLI:NL:RBDHA:2023:5070

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2023
Publicatiedatum
12 april 2023
Zaaknummer
NL23.5494
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMRichtlijn 2013/33/EU
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen weigering asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Italië ongegrond verklaard

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor zijn asielaanvraag.

De rechtbank bevestigt dat Italië in beginsel verantwoordelijk is en dat er geen beletselen zijn voor overdracht. De Italiaanse autoriteiten accepteren de verantwoordelijkheid en het interstatelijk vertrouwensbeginsel leidt tot de aanname dat Italië voor adequate opvang zorgt.

De rechtbank oordeelt dat de tijdelijke opschorting van overdrachten naar Italië, zoals vermeld in de circular letter van 5 december 2022, geen onrechtmatigheid oplevert. Er zijn geen aanwijzingen dat de opvang in Italië niet voldoet aan de richtlijnen en het EVRM. Indien overdracht niet binnen de termijn plaatsvindt, wordt Nederland verantwoordelijk.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is mondeling gedaan op 30 maart 2023 en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Italië wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.5494
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S.M.L.L. Bijloos),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 21 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 30 maart 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Toma. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Italië in beginsel verantwoordelijk is voor eisers asielaanvraag.
2. Anders dan eiser aanvoert, zijn er geen beletselen voor overdracht naar Italië. Italië accepteert de verantwoordelijkheid voor eisers asielaanvraag. Volgens staande rechtspraak wordt uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Daarom wordt aangenomen dat Italië zorgt voor opvang. Eisers eerdere ervaringen doen er niet aan af dat Italië via het impliciete claimakkoord heeft toegezegd hem nu te zullen opvangen. Er moet ook vanuit worden gegaan dat de Italiaanse autoriteiten eiser indien nodig kunnen beschermen.
3. De
circular lettervan de Italiaanse autoriteiten van 5 december 2022 en het feit dat overdrachten naar Italië sindsdien zijn opgeschort, leiden niet tot de conclusie dat het overdrachtsbesluit onrechtmatig is. Anders dan zittingsplaats Roermond [1] oordeelt deze zittingsplaats dat dit een tijdelijke feitelijke belemmering is. Er worden geen overdrachten uitgevoerd zodat artikel 3 van Pro het EVRM [2] niet wordt geschonden. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat eiser in de toekomst zal worden opgevangen in omstandigheden die niet conform de Opvangrichtlijn [3] zijn. En als verweerder eiser niet overdraagt binnen de termijn die daarvoor staat, gaat de verantwoordelijkheid automatisch over op Nederland. Daarom hoeft verweerder niet te onderzoeken wat de redenen zijn dat er nu niet feitelijk kan worden overgedragen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2023 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, 30 januari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:838.
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.Richtlijn 2013/33/EU.